Kagan’s coöperatieve werkvormen maken het verschil

In de klas van Roos Hordijk op CBS Het Startblok in Harderwijk gebeurt iets bijzonders. Zodra er een vraag wordt gesteld, buigen leerlingen zich naar elkaar toe. Er wordt gefluisterd, gedacht, overlegd. Niemand kan achteroverleunen. Iedereen is betrokken. Roos werkt in haar klas met gestructureerde interactie. Ze gebruikt Kagan’s coöperatieve werkvormen om haar leerlingen te laten leren.
“Dat is voor mij het mooiste om te zien,” zegt Roos. “Alle kinderen doen mee. Altijd.”
Kagan is geen methode, maar een manier van werken. Een aanpak waarin leren draait om actieve betrokkenheid, samenwerken en denken door te praten. Kinderen leren niet alleen door te luisteren, maar vooral door te doen: praten, denken, bewegen, verwoorden en te ervaren.
Of, zoals Roos het in 1 zin verwoord:
Kagan is een manier van lesgeven waarbij leerlingen actief en betrokken bezig zijn met de lesstof.
Een zoektocht naar meer betrokkenheid
Roos werkt op CBS Het Startblok in Harderwijk, een basisschool met zo’n 480 leerlingen. Daar brengt ze dagelijks haar manier van lesgeven in de praktijk. Een manier die ze zich eigen maakte op haar vorige school.
“Daar merkten we dat de motivatie van kinderen terugliep,” vertelt ze. “De betrokkenheid was laag en ook de resultaten bleven achter. We voelden: dit moet anders.”
Het team besloot het niet bij dat gevoel te laten, maar echt op onderzoek uit te gaan. Wat hebben kinderen nodig om tot leren te komen? Hoe zorg je ervoor dat niet een paar leerlingen actief zijn, maar iedereen? Die zoektocht bracht hen bij Kagan. Met training en coaching door Tamara Kloosterman van Bazalt Groep ging het team ermee aan de slag.
“We zijn ermee gestart, eigenlijk vrij laagdrempelig. En al snel zagen we verschil. Dat gaf zoveel energie.”
Wat begon als een zoektocht, groeide uit tot een overtuiging. “Ik zou echt niet meer zonder kunnen,” zegt Roos. “Het is gewoon mijn manier van lesgeven geworden.”
Een klas waarin leren zichtbaar wordt
Wie de klas van Roos binnenloopt, ziet het meteen. Leerlingen zitten niet stil naast elkaar te luisteren, maar zijn actief met elkaar in gesprek. Ze werken in tweetallen of in groepjes van vier die teams worden genoemd. Ze buigen zich naar elkaar toe en reageren op elkaars ideeën.
In plaats van één centraal gesprek met de hele klas, ontstaan er meerdere gesprekken tegelijk. Elk kind doet mee: door te luisteren, te denken, te praten of te reageren.
“Je ziet het direct,” vertelt Roos. “Zodra je ze laat starten met bijvoorbeeld de werkvorm TweePraat, draaien ze naar elkaar toe. Ze willen de ander horen en zelf iets bijdragen.”
Dat past bij hoe kinderen van nature leren. Door te praten, te bewegen en actief bezig te zijn met wat ze leren.

Door hun gedachten onder woorden te brengen, worden leerlingen gedwongen na te denken over de lesstof. Ze leggen uit wat ze denken, stellen vragen en helpen elkaar verder. Leren wordt daardoor zichtbaar: in wat kinderen zeggen, hoe ze redeneren en hoe ze samenwerken.
“Ze verwerken de lesstof echt,” zegt Roos. “Niet door het aan te horen, maar door ermee bezig te zijn.”
Tegelijkertijd ontwikkelen leerlingen vaardigheden die verder gaan dan de inhoud van de les. Ze leren hun gedachten verwoorden, naar elkaar luisteren, elkaar helpen en samenwerken met verschillende klasgenoten. Langzaam groeit de groep uit tot een hecht team, waarin ieder kind iets bijdraagt.
“Het is niet zomaar een groep kinderen in één lokaal,” zegt Roos. “Ze voelen: wij doen dit samen.”
Wat vinden de leerlingen er zelf van?
Tijdens een evaluatiemoment vroeg Roos haar leerlingen wat zij ervan vonden. Eén reactie bleef haar bij:
Door te praten hebben we elkaar beter leren kennen.
Leerlingen werken niet alleen samen omdat het moet, maar leren elkaar écht kennen. Ook kinderen die normaal minder snel contact hebben. “Ze ontdekken dat ze ook met andere kinderen kunnen samenwerken,” zegt Roos. “Dat maakt de groep sterker.”
Soms wordt de impact pas zichtbaar in kleine, persoonlijke momenten.
“Ik had een jongetje in de klas dat nauwelijks sprak. Door Kagan’s coöperatieve werkvormen móet iedereen praten, maar wel op een veilige en begrijpelijke manier. Zijn moeder kwam naar mij toe en zei: “Ik wil je heel erg bedanken dat je die praatdingen doet.” Thuis vertelde hij ineens veel meer over school. Toen dacht ik: dit gaat zóveel verder dan alleen de lesstof.”
Kagan gaat niet alleen over cognitieve opbrengsten. Het raakt ook aan sociale veiligheid, groepsvorming en welbevinden.
Veiligheid als basis
Dat leerlingen zich durven uitspreken, komt niet vanzelf. Daar ligt een belangrijke rol voor de leerkracht.

Leerlingen werken in vaste teams waarin zij leren samenwerken met verschillende klasgenoten (ook met kinderen met wie ze normaal minder omgaan). Teams krijgen een naam, soms zelfs een teamlogo.
“Ze horen ergens bij,” ziet Roos. “Het wordt echt: wij zijn samen verantwoordelijk.”
Met TeamBouwers en KlassenBouwers leren leerlingen hoe ze met elkaar omgaan, hoe ze luisteren, hoe ze reageren op persoonlijke verhalen en hoe ze feedback geven.

“Je moet dat gedrag wel expliciet aanleren,” benadrukt Roos. “Maar juist daardoor ontstaat er veiligheid. Ik zeg ook altijd: als je het niet weet, mag je ‘ik pas’ zeggen. Dan weten ze: ik hoef niet bang te zijn om iets fout te doen.”
Die duidelijkheid en structuur zorgen voor de basis.
Stap voor stap ontstaat zo een klimaat waarin leerlingen:
- fouten durven maken
- zich uitspreken
- zichzelf kunnen zijn
Kost het meer tijd en energie?
Een veelgehoorde vraag: kost werken met Kagan’s coöperatieve werkvormen niet ontzettend veel tijd? Wat veel leerkrachten verrast, is hoe toegankelijk het is om hiermee te beginnen.
In het begin vraagt het wat extra voorbereiding. Structuren kiezen, nadenken over werkvormen, materialen maken. Maar daar staat iets tegenover.
“Tijdens de les kost het me juist minder energie. Ik hoef niet steeds de aandacht terug te halen. De kinderen zijn aan het werk. En na verloop van tijd wordt het makkelijker. De structuren zitten nu in mijn systeem. Ik weet snel: dit past hier goed bij. Mijn rol wordt meer coachend. Het eigenaarschap verschuift naar de leerlingen en komt het zweet op de juiste ruggen te staan.”
“Het is direct toepasbaar en heel praktisch, als je het idee erachter begrijpt, kun je eigenlijk meteen starten.” Zegt Roos.
Alles wat Roos in haar klas ziet, laat zien wat Kagan betekent voor leerlingen en leerkrachten:
- actieve betrokkenheid van alle leerlingen
- meer eigenaarschap over het leren
- verdiepend leren door praten en samenwerken
- een veilige klas waarin fouten maken mag
- sterkere sociale vaardigheden
- meer plezier en energie in het leren
- minder ‘trekken’ door de leerkracht, meer initiatief bij leerlingen

Niet twijfelen. Gewoon doen.
Als ze één boodschap mag meegeven aan andere scholen, hoeft Roos niet lang na te denken.
“Niet twijfelen. Gewoon doen!”
Volgens haar is Kagan geschikt voor alle scholen die hun onderwijs willen versterken. De betrokkenheid groeit, kinderen leren beter samenwerken en de leerstof beklijft sterker.”
“Het sluit gewoon aan bij wat kinderen nodig hebben,” zegt ze. “En dat geldt voor ieder kind, op iedere school.”
Klaar om je klas in beweging te krijgen?
Wil je ook dat:
- alle leerlingen actief meedoen
- gesprekken vanzelf op gang komen
- taalvaardigheid zichtbaar groeit in je klas
Dan is het tijd om anders naar interactie te kijken.
Met een Kagan-traject of training leer je hoe je coöperatieve werkvormen inzet die direct werken in jouw school en klas, praktisch, concreet en toepasbaar vanaf dag één.
👉 Benieuwd wat dit voor jouw school kan betekenen?
Plan een vrijblijvend adviesgesprek of ontdek de mogelijkheden van een training of traject.
👉Lees meer over coöperatief leren en de trainingen