Als alles samenhangt: waar stuur je als schoolleider op? 

Een daling in leerresultaten. Toenemende ondersteuningsvragen. Een tekort aan professionals. De wens om inclusiever te werken. Nieuwe mogelijkheden door technologie en AI.  

Het lijken verschillende vraagstukken. Maar in de praktijk grijpen ze steeds vaker op elkaar in. 

Want wat doe je als extra ondersteuning voor leerlingen nodig is, maar er onvoldoende mensen zijn? Als je inclusiever wilt werken, maar professionals zich onvoldoende toegerust voelen? Of als je het onderwijs anders wilt organiseren, maar bestaande structuren en afspraken in de weg zitten? 

De opgaven in het onderwijs veranderen. Steeds minder gaat het om het vinden van dé oplossing voor één probleem. Steeds meer gaat het om het begrijpen van de samenhang. En daarmee verandert ook wat er van schoolleiders wordt gevraagd.

De school is geen eiland 

De ontwikkeling van kinderen wordt beïnvloed door wat er in de klas gebeurt, hoe het onderwijs is georganiseerd én door de wereld daaromheen. Ouders, kinderopvang, jeugdhulp, samenwerkingsverbanden, gemeenten en andere partners spelen daarin allemaal een rol. 

Tegelijkertijd wordt de opdracht breder. Scholen willen ieder kind passende ontwikkelkansen bieden, de onderwijskwaliteit hoog houden met minder mensen, inspelen op technologie en AI én werken aan een doorlopende ontwikkeling van kinderen van 0 tot 13 jaar of zelfs 18 jaar.  

Dat vraagt om verder kijken dan één interventie, één team of zelfs één school. Uit onderzoek van onder anderen Robert Marzano en John Hattie weten we dat leerresultaten door meerdere factoren worden beïnvloed. Ook het professioneel handelen, samenwerking, leiderschap, het curriculum en ouderbetrokkenheid spelen een rol.  

Een vraagstuk dat zichtbaar wordt bij leerlingen of in de klas, vindt zijn oplossing dus niet automatisch op diezelfde plek. 

Van klas naar organisatie, en andersom

Stel dat een team moeite heeft om tegemoet te komen aan verschillen tussen leerlingen. Of dat de rekenresultaten bij een groep kinderen achterblijven. Een training kan dan precies zijn wat nodig is. Maar misschien speelt er meer. 

De oplossing kan ook liggen in de expertise en ruimte van professionals, de manier waarop groepen en ondersteuning zijn georganiseerd, keuzes rond het curriculum op school- of bestuursniveau of de samenwerking met ouders en andere partners rondom het kind. 

Viviane Robinson maakt daarbij een belangrijk onderscheid tussen veranderen en verbeteren. Niet iedere verandering leidt automatisch tot betere uitkomsten. Het gaat erom scherp te krijgen wat je wilt verbeteren, welk effect je verwacht en vervolgens te kijken of dat effect daadwerkelijk optreedt. 

Pas als je de verschillende factoren in samenhang bekijkt, kun je bepalen waar je het beste kunt interveniëren. Voor de schoolleider betekent dat steeds opnieuw de verbinding leggen tussen drie werelden: de leeromgeving van het kind, de organisatie die professionals in staat stelt goed onderwijs te geven en het netwerk rondom de school. 

En dan moet het ook nog landen in de praktijk 

Veel onderwijsorganisaties hebben heldere ambities: inclusiever werken, de basis versterken, professionals toerusten voor de toekomst of onderwijs anders organiseren. Maar een ambitie op papier verandert de praktijk nog niet. 

Een visie op inclusief onderwijs verandert nog niets voor een kind als professionals niet weten wat dit van hen vraagt. Een ambitie om een lerende organisatie te zijn krijgt pas betekenis als mensen tijd, ruimte en houvast krijgen om daadwerkelijk samen te leren. 

De uitdaging is om die ambities helemaal door te vertalen: van visie naar keuzes en organisatie, naar de kennis en vaardigheden van professionals en uiteindelijk naar het handelen in de klas. Dáár moet zichtbaar worden wat er verandert en wat het kind daarvan merkt. 

Die verbinding werkt ook andersom. Wat professionals in de praktijk ervaren en wat wel of niet werkt voor kinderen, geeft belangrijke informatie om beleid, organisatie en keuzes weer aan te scherpen.

De beweging gaat dus voortdurend twee kanten op: van visie naar uitvoering én vanuit de praktijk terug naar de keuzes die je als school en organisatie maakt. 

Drie dingen om morgen anders te doen 

Je hoeft niet ieder vraagstuk direct integraal op te lossen. Je kunt wel anders beginnen. 

1. Maak het probleem niet te snel klein 

Kijk voordat je naar een oplossing springt waar het vraagstuk nog meer terugkomt en wat het mogelijk in stand houdt. 

2. Kijk op meerdere niveaus tegelijk 

Onderzoek wat nodig is in de dagelijkse leeromgeving, in de organisatie én in de samenwerking rondom het kind. Soms ligt de meest effectieve interventie ergens anders dan waar het probleem zichtbaar wordt. 

3. Kies waar je begint 

Je hoeft niet alles tegelijk aan te pakken. Kies een eerste stap die niet alleen het probleem van vandaag oplost, maar ook bijdraagt aan waar je naartoe wilt. 

Schoolleiderschap gaat daarmee steeds minder alleen over het goed leiden van een school. Het gaat ook over het verbinden van werelden die elkaar nodig hebben om kinderen goed te laten leren en ontwikkelen. 

Complexe onderwijsopgaven vragen niet automatisch om méér interventies. Ze vragen vooral om betere verbindingen. 

Bij Bazalt Groep kijken we samen met scholen en besturen naar het hele vraagstuk: van de ontwikkeling van het kind en het handelen van professionals tot organisatie, beleid en samenwerking rondom de school. Zo brengen we scherpte aan in wat er werkelijk speelt, waar de sleutel voor verandering ligt en wat nodig is om visie en praktijk met elkaar te verbinden. 

Benieuwd waar voor jullie de sleutel ligt? Neem contact met ons op voor een gesprek. 

Meer lezen over leiderschap:
Wie helpt jou scherp te blijven?
Een sterke start maakt het verschil

Verder lezen

Verder leren

Leiding geven met impact